Menu

Klein geluk

Het overkomt me wel eens dat ik iets lees dat me direct ontroert. Het volgende artikel kreeg ik via een vriend onder ogen. Ik laat het je hieronder onverkort lezen. Het laat mij zien dat je anders tegen dingen aan kunt kijken dan je gewend bent te doen. Dat je in deze wereld van welvaart, maar ook van crisis en gekte direct kunt blijven zien waar het werkelijk om gaat: het leven nemen zoals het komt en niet anders. Niet moeilijk doen als er problemen opduiken, maar ze gewoon het hoofd bieden, accepteren dat dingen anders lopen dan gepland. Je ook niet gek laten maken door onheilsberichten. Accepteren dat alles zo zijn eigen timing lijkt te hebben. Als een golfbeweging. En als je daarin mee weet te deinen, ontdek je vanzelf (als het kind in dit verhaal) het kleine geluk in hele gewone dingen…

Jeroen.

Klein geluk,

De dagen worden steeds korter en het leven is moeilijk in deze dagen van de recessie. Het is nog lang niet voorbij als we alle economen en andere kenners moeten geloven. Ook ik en mijn bedrijfje moeten eraan geloven. ‘zware tijden’ roept iedereen. Je komt thuis, kijkt het journaal, en de bedompte kijk onze toekomst springt bijna de beeldbuis uit je kamer in. Als de president van een onbenullig landje (dat wij toevallig veel geld geleend hebben) een scheet laat dan stort onze financiële wereld in. Een wereld die vrijwel niemand van onze simpele zielen begrijpt. De grote economische crises komt eraan. Huizen niet meer te verkopen. De euro staat op het spel. Wauw!

Op ieder feestje waar ik kom lopen er wel een paar wijsneuzen rond die mij vragen hoe het met ‘de zaak’ gaat. “Nog geen last van de recessie?” Kijk, ik mag dan wel een ras optimist zijn, maar als ze aan mijn levenstandaard gaan plukken. Tja, dan worden we allemaal een beetje zenuwachtig. We praten gelukkig nog niet over de rampen zoals die andere mensen overkomen, zoals hongersnood of stervende kindjes. Onze huizen zijn weliswaar niet verkoopbaar, en onze tweede wintersportvakantie loopt gevaar. Maar verder dan dat zijn we ons nog geen zorgen aan het maken. Als ik door ons land zoef over de nieuwe vijfbaans wegen, en ik kijk om me heen hoeveel autowrakken er nog rondrijden. Wrakken zoals je die in de jaren 70 en 80 overal zag karren. Nou, ik zie er geen een meer. Nee, de recessie zoals ik die kan zien is niet echt aan mij besteed. Ook al verlies ik alles wat zogenaamde ‘waarde’ heeft. Wij moeten terug kunnen vallen op de basis, de basis van geluk zit niet in wel of geen recessie, of het verliezen van materiele zaken.

Het is de hele dag rotweer geweest en ik heb een hoop gezeik van klanten gehad. De prijsverhogingen slingeren door mijn hoofd en ik stoei met moeilijk lopende orders. (als ze er al zijn) En dan zijn er nog het aantal dat tegen mij zeurt over ‘de recessie’. Al met al een dag die mij doet beseffen dat de slechte tijden eraan komen. Ook ik maak mij zorgen. Zorgen over de toekomst en het geld wat ik nodig heb om ‘gelukkig’ te blijven.

Ik parkeer mijn wagen en daar staat hij dan… voor het raam te glunderen. ‘Opa is er… !’ Zijn glimlach is overweldigend, adembenemend en zo verschrikkelijk ontwapenend. Zijn handjes draaien van opwinding, en zoals hij altijd doet als hij me ziet steekt hij zijn arm naar me uit en richt zijn wijsvinger. Ik wijs terug en we hebben de connectie. ‘Opa is er jongen,’ zeg ik terwijl ik hem enthousiast boven mijn hoofd til. Eenmaal de eerste zonnestralen van zijn gezicht ontvangen vergeet ik snel alle dagelijkse ellende. Het mannetje is net anderhalf. Hij begint met lopen en brabbelt steeds meer.

Het ritueel als ik thuiskom is altijd hetzelfde. Ik neem hem op mijn arm en sta voor het raam waar hij meteen door naar buiten wijst. Een guitige lach maakt zich meester en kijkend met de mooiste ogen die ik ken brabbelt hij ‘da,’ nog steeds met zijn vinger wijzend naar de oude tractor die verderop staat. ‘da,’ betekent, daarheen opa. Ik loop iets weg van het raam de kamer in, maar hij blijft zijn hoofdje draaien in de richting van de oude tractor. Nog een keer wijst hij naar buiten en zegt ‘da’. Jasje aan, het is verdomde koud buiten en het heeft net geregend. Het woordje ‘tractor’ laat hem glunderen van oor tot oor. Hij heeft geleerd om met zijn hoofdje ‘ja’ te knikken bij het woord tractor.

Buiten in het gure weer glunderen zijn ogen als parels. Zijn wijsvinger blijft wijzen in de richting van de oude tractor en hij knikt steeds enthousiaster ‘ja, ja, ja.’ Zijn kleine handjes die ondertussen ijskoud zijn draaien rond alsof hij gas aan het geven is op een motor. De heerlijke eenvoudige warmte die dit ventje uitstraalt is zo vertederend dat ik alle kou en natheid snel vergeet. Op de bijrijders zit, boven het grote tractorwiel heb ik een oud fietsstoeltje gemaakt. Het water staat erin maar ik veeg hem droog met op mijn andere arm de glunderende kleinzoon. Ondertussen wijst hij al naar de grote uitlaat die boven op de motorkap staat. Hij weet dat het daar moet gebeuren. Daar komt de herrie en de stank uit. Ik zet hem in zijn stoel en snoer hem vast in de gordels. Zijn ogen stralen, zijn handen geven nog steeds gas. Hij volgt in het schemerige koude avondlicht de handelingen die zijn opa uitvoert om een tractor te kunnen starten. Hij is leergierig en wil altijd weten hoe het werkt. Prachtig is dat. Anderhalf jaar uit de buik van je moeder en je bent gewoon al een mens die andere mensen aansteekt met je levenslust en je ontwapenende ogen.

Ik gloei de motor voor terwijl Cas guitig heen en weer kijkt tussen opa en de uitlaat waaruit het grote wonder moet komen. De uitlaat die gaat brommen en stinken zodat de tractor kan bewegen. De accu blijkt leeg en de tractor start niet. Hij weet het, heeft het al meerder malen meegemaakt. Hij slaat meteen zijn handen voor zijn mond en brabbelt ‘óh’. Daarna slaat hij zijn armen naar buiten langs zijn zij en richt de handpalmen omhoog om het gebaar van ‘jammer, hoe kan dit nou’ te maken. Hij weet dat zijn wens vandaag niet uitkomt. Er kan geen rondje gereden worden. Hij blijft enthousiast en als ik hem weer naar beneden haal van het grote wiel maakt hij in plaats van een gasgeef beweging een zwaaiende beweging met zijn ijskoude handje. ‘dah’ brabbelt hij nu. ‘dah’, betekent in dit geval, dáág tractor. En dat bedoel ik nu met klein geluk. Klein geluk van nog geen meter hoog. Recessie? Wij moeten weer om leren gaan met teleurstellingen… zoals mijn kleinzoon dat kan.

december 2011

Sjoerd Veerkamp

Lees ook over het boek dat Sjoerd schreef “Waarom ik niet” op www.waaromikniet.com. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit zijn eigen leven.


Copyright © CVG | Disclaimer